Recensie in De Stentor van 7 februari 2007
Dubbelspel met perspectief
Door Wim van der Beek
In het verleden hebben al heel wat kunstenaars hun tanden stukgebeten
op de beladen en betekenisvolle kunstruimte die is ondergebracht in de
voormalige schuilkelder onder het gemeentehuis van Dalfsen.
Die wetenschap weerhield Alien Oosting er niet van om het opnieuw te proberen.
In tegenstelling tot de meeste voorgangers refereert zij niet aan inhoudelijke
aspecten van de bedompte kelderruimte. Zij reageert niet op de beklemmende
geschiedenis of de unheimische sfeer maar op formele gegevens, op de architectuur
en op herstel van de relatie met de buitenwereld.
Oosting heeft belangrijke zichtlijnen en concrete perspectivische indicaties
als vertrekpunt genomen voor haar installatie. Haar 'fysieke' ingrepen
in de ruimte leiden naar het zenuwcentrum: de spil van haar installatie.
In dat knooppunt komt alle beeldinformatie samen. Daar vindt een concentratie
van formele activiteiten plaats.
Dit centrale 'magnetische veld' bestaat uit een grof geboetseerde plattegrond:
een soort maquette die ontdaan is van alle overbodige franje en van de
bouwkundige notities en de legenda die doorgaans op plattegronden en bouwtekeningen
zijn vermeld Maar er is nog iets merkwaardigs aan de hand. Oosting brengt
ook de denkbeeldige ruimte buiten de plattegrond concreet in beeld, waardoor
de beslotenheid van de kelder en het gevoel erin opgesloten te zitten
heel subtiel en effectief doorbroken worden.
Wie de kunstruimte binnenkomt, wordt door een waarschuwing op een A-viertje
aan de muur op het spoor van de installatie gezet: 'Dringend verzoek:
loop NIET over de bewerkte delen van de vloer'. Wie vervolgens de traptreden
afloopt ziet dat mét het blikveld ook het woordje 'ICH' stapsgewijs
verandert in 'DICH'. Het zijn kleine vingerwijzingen die de kijker binnenleiden
in een ruimte die met behulp van klei, gips en gipsplaten getransformeerd
is tot een overzichtelijk uitgelegde en ontsloten domein.
Muren lopen gedeeltelijk door op de vloer, hoeken zijn via diagonalen
verlengd, balken worden gespiegeld in taps toelopende schaduwvormen op
de vloer. Alle onderdelen ontmoeten elkaar bij een betonnen pilaar die
tijdelijk het epicentrum van de kunstruimte vormt.
In twee belendende ruimten zijn respectievelijk een betoverende video-installatie
van Anky van der Heyden en een geluidskunstwerk van Jaap Groen te zien.
In haar inventieve en technisch zeer geraffineerd uitgevoerde installatie
laat Van der Heijden het achtereenvolgens mensen, meubilair en bloemen
regenen vanuit het PostCS-gebouw nabij het Centraal Station in Amsterdam.
Ze hanteert een heldere, cyclische verhaallijn en speelt (evenals Alien
Oosting, maar dan anders!) letterlijk en figuurlijk met perspectief.
Jaap Groen laat de bezoeker ervaren dat er naast zogenaamde restruimte
ook restgeluid bestaat. Hij introduceert een relatief onbekend fenomeen.
Het ongebruikelijke begrip 'restgeluid' wordt door hem gedefinieerd aan
de hand van honderd geluidsboxen die verschillende 'hinderlijke' geluidstrillingen
(of: bijgeluiden) produceren. Groen morrelt zodoende aan de grens tussen
functioneel en ongewenst (= nutteloos en onbedoeld) geluid.
|